KLOKKENLUIDERSREGELING

Artikel 1 Definities

Deze regeling heeft betrekking op Royal Reesink N.V. en alle aan haar gelieerde vennootschappen en beoogt de medewerkers, die met een van bedoelde vennootschappen een arbeidsrelatie onderhouden, in staat te stellen om met inachtneming van het hierna gestelde vermoedens van misstand te melden, zonder daarvan nadeel te ondervinden.Een vermoeden van misstand dient op redelijke gronden te zijn gebaseerd en betrekking te hebben op een (dreigend) strafbaar feit, een (dreigende) schending van wet- en regelgeving, een (dreiging van) bewust onjuist informeren van publieke organen, een schending van binnen de onderneming geldende gedragsregels en/of (een dreiging van) bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over de hier bedoelde feiten.

Waar hierna wordt gesproken van de voorzitter van de directie wordt gedoeld op de voorzitter van de directie van Royal Reesink N.V., of, indien Royal Reesink N.V. geen meerhoofdige directie heeft, de enige directeur van Royal Reesink N.V.

Deze regeling treedt in werking met onmiddellijke ingang.

Artikel 2 Melding aan de voorzitter van de directie

2.1.    Een werknemer meldt een vermoeden van misstand aan de voorzitter van de directie. Desgewenst kan de werknemer dit vermoeden eveneens melden bij zijn leidinggevende.

2.2.    De voorzitter van de directie legt de datum van de melding van de vermoede misstand vast en stuurt een ontvangstbevestiging aan de werknemer die de melding heeft gedaan.

2.3.    De voorzitter van de directie start zijn onderzoek naar de vermoede misstand zo spoedig mogelijk. De melding wordt vertrouwelijk behandeld. De naam van de werknemer die de melding heeft gedaan wordt bij het onderzoek niet genoemd en de anonimiteit van deze werknemer wordt zoveel mogelijk gewaarborgd.

Artikel 3 Reactie door de voorzitter van de directie

3.1. Binnen zes weken na de melding aan de voorzitter van de directie wordt de werknemer door deze voorzitter schriftelijk op de hoogte gebracht van zijn standpunt. Indien de melding tot maatregelen heeft geleid wordt tevens aangegeven welke maatregelen zijn genomen.

3.2.  Indien de voorzitter van de directie zijn standpunt niet binnen zes weken kan geven wordt de werknemer hiervan in kennis gesteld, waarbij wordt aangegeven binnen welke termijn hij wel een standpunt tegemoet kan zien.

Artikel 4 Melding aan de voorzitter van de raad van commissarissen

4.1. Indien het vermoeden van een misstand de voorzitter van de directie betreft, dient de werknemer dat vermoeden aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen van Royal Reesink N.V. te melden. Een werknemer kan zich eveneens tot de voorzitter van de Raad van Commissarissen wenden indien hij niet tijdig binnen de vereiste termijn, zoals vermeld in het eerste en tweede lid van artikel 3, het standpunt van de voorzitter van de directie heeft ontvangen.

4.2. De voorzitter van de Raad van Commissarissen legt de datum van de melding van de vermoede misstand vast en stuurt een ontvangstbevestiging aan de werknemer die de melding heeft gedaan.

4.3. De voorzitter van de Raad van Commissarissen start zijn onderzoek zo spoedig mogelijk. De melding wordt vertrouwelijk behandeld. De naam van de werknemer die heeft gemeld wordt bij het onderzoek niet genoemd en de anonimiteit van deze werknemer wordt zoveel mogelijk gewaarborgd.

Artikel 5 Reactie door de voorzitter van de Raad Commissarissen

5.1.  Binnen zes weken na de melding aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen wordt de werknemer door deze voorzitter schriftelijk op de hoogte gebracht van zijn standpunt. Indien de melding tot maatregelen heeft geleid wordt tevens aangegeven welke maatregelen zijn genomen.

5.2. Indien de voorzitter van de Raad van Commissarissen zijn standpunt niet binnen zes weken kan geven, wordt de werknemer hiervan in kennis gesteld, waarbij wordt aangegeven binnen welke termijn hij wel een standpunt tegemoet kan zien.

Artikel 6 Rechtsbescherming

De werknemer, die met inachtneming van de bepalingen van deze regeling te goeder trouw een vermoeden van misstand heeft gemeld en voor dat vermoeden redelijke gronden had, wordt als gevolg van het melden van de vermoede misstand op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld.